dinsdag 23 december 2014

De boeddhistische elite in Nederland is nogal beperkt maar ik hoor er wel bij - Over ongelijkheid, elites en bescheidenheid; naar aanleiding van SCR 2014

Vooraf  hulde aan de drie PvdA Eerste Kamerleden Guusje ter Horst, Marijke Linthorst en Adri Duivesteijn die mede de nieuwe Zorgwet van minister Schippers hebben weggestemd.
Het gaat niet alleen om vrije artsen keuze. Het gaat om beperken van de macht van de zorgverzekeraars, met hun trawanten zoals Roger van Boxtel (D66 tevens Menzis) en Frank Kalshoven (die in de Volkskrant de verzekeraars als belangeloze tegenmacht ziet)
Die verzekeraars met hun ordinaire reclamecampagnes deze weken. Noodzakelijk misschien maar wel een noodzakelijk kwaad. Dan toch liever de overheid als tegenmacht. Zie ook de NRC

Ook vooraf: mijn adviezen aan de BUN, zoals verwoord in m'n vorige twee blogs, zijn niet door hen overgenomen. Sterker nog: ze zijn me niet in dank afgenomen. So be it.

========================================================================

Dan die elite. Laat ik maar met de conclusie van deze beschouwing beginnen.
DE elite bestaat niet (meer), net zo als HET boeddhisme niet bestaat.
Ik heb geen zin mee te doen aan de bescheidenheid - die in veel gevallen onwaarachtig is - van 'ik ben ook maar een eenvoudige ...'
Nee, ik behoor tot elites, tot de boeddhistische elite en tot de intellectuele elite (ik lees bv graag moeilijke boeken); en mindere mate, tot m'n pensioen, tot de politiek-bestuurlijke elite. En daar schaam ik me niet voor.
In zekere zin is dit een 'uit de kast komen' van een elitair mens.
Maar niet echt een kerstboodschap.
Maar wat is de (een) elite? En wat is in godsnaam 'de boeddhistische elite'?


Dit naar aanleiding van het uitkomen van 'Verschil in Nederland  -  Sociaal en Cultureel Rapport 2014' en de publiciteit daarover de afgelopen weken. M'n intellectuele principes getrouw ben ik begonnen met het lezen van het SCP-rapport zelf, en me dus niet beperkt tot meningen in de media.
Het hele rapport (353 pagina's) lezen hoefde niet, het blijkt vooral te gaan om de hoofdstukken 1, 2, 6 en 7 .
Joep de Hart, de auteur van hfst 7 (De eenzame elite), heeft dit voor NieuwWij in een korter artikel samengevat, dat ik aan het eind van deze blog citeer (BIJLAGE).

In het Sociaal en Cultureel Rapport gaat het - naast het onderscheid tussen de machtselite en 'de bevolking - ook over verschillen, tussen hogeropgeleiden en laagopgeleiden, tussen autochtonen en migrantengroepen, (tussen gezonden en ongezonden), tussen arm en rijk, (tussen stad en platteland) en tussen mannen en vrouwen.
Sommige van de verschillen zijn dualistisch (je bent of behoort of tot de een of tot de ander), andere gradueel. Het zijn ook politieke thema's: het boek 'Kapitaal in de 21ste eeuw' van Piketty speelt ook een rol in het rapport.
Het zijn daarmee ook morele thema's: zijn de verschillen (in kansen) te rechtvaardigen? Het feit dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer duidelijk niet. Aan het 'karma'-concept heb ik wat dit thema betreft niets.

========================================================================

Hebben wij daar ook iets van ?

Verschillen in opleidingsniveau, in bezit, in werkzekerheid, in gezondheidstoestand, maar ook verschillen tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen; en verschillen in opvattingen tussen Nederlanders die groter lijken te zijn geworden.
Allemaal verschillen die er tussen boeddhisten onderling ook bestaan, en waar 'we' het in het algemeen liever niet over hebben; misschien wel omdat we denken geestelijk autonoom te zijn en miskennen dat sociologische krachten ook op ons inwerken.
Persoonlijk: het feit dat ik blank en welvarend en man ben, beïnvloed me meer dan ik altijd wil toegeven.
En meer algemeen: zeker de (blanke) zelfbekeerders van de Nederlandse boeddhisten behoren in meerderheid tot het welvarende, gezonde, goedopgeleide en goed gehuisveste deel van de bevolking. (Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar ik heb het over de trend)

Globaal laat ik die thema's (behalve degene die ik tussen haakjes heb geplaatst) de revue passeren.
Daarbij gebruik ik met opzet de term 'tegenover' of 'versus' - een term die boeddhisten liever niet gebruiken - om extra het mogelijk bestaan van taboe's zichtbaar te maken.
Voor boeddhisten voeg ik er nog één verschil aan toe: beginner versus gevorderde op het pad ; een beladen thema waar ik straks subtiel op in probeer te gaan.

* hogeropgeleide tegenover laagopgeleide boeddhisten
Meestal gaat het dan over schoolopleiding.
Maar specifiek interessant is het onderscheid: degenen die zich verdiepen in de Dhamma/Dharma, (hier bedoeld als schriftelijke teksten) versus degenen die dat niet doen, wat vaak betekent: degenen die minachtend doen over Dharma-studie.

* autochtone versus allochtone boeddhisten (het SCP spreekt van 'migrantengroepen')
De kloof tussen de beoefening door allochtone boeddhisten (afkomstig uit bv Thailand, Vietnam, China etc) en zelfbekeerders uit het Westen wordt eerder groter dan kleiner. Waarbij soms genant is dat de Westerlingen stellen dat hun boeddhisme het 'echte' boeddhisme is, mindful en liefdevol, mediterend zonder bijgeloof en zonder agressie richting andere religies zoals in Birma of Sri Lanka plaatsvindt.

* arme tegenover rijke boeddhisten
Eén aspect slechts: de prijzen van cursussen en retraites stijgen snel, onder andere omdat ze meer door professionele organisaties worden aangeboden, zonder vrijwilligers. Voor sommigen onbetaalbaar, ondanks hardheidsclausules.

* mannelijke tegenover vrouwelijke boeddhisten
Daar wordt met regelmaat over geschreven, zelfs in Nederland, maar een echt gezaghebbend artikel of boek zou ik niet kunnen noemen.

* beginnende versus gevorderde boeddhisten
Soms krijg ik de indruk dat er alleen maar beginners zijn, gezien het percentage aandacht voor hen in cursussen etc. Verdwijnen ze daarna? Of moet iedereen zich permanent beginner noemen. In ieder geval in ik het jammer dat er niet meer bijeenkomsten zijn die leraar-arm zijn en de eerste beginselen van het boeddhisme als bekend worden verondersteld.

* tot 'de elite' tegenover niet tot 'de elite' behorende boeddhisten
Er zijn wellicht een paar boeddhisten die ook behoren tot wat het SCP de machts-elite noemt. Maar dat is niet zo relevant als zodanig. Wel is dat het geval bij de vraag of er een boeddhistische elite in de zin van een hecht netwerk van elkaar informatie en functie toespelende groep personen die als zodanig onderdeel is van de machtselite van een land.
Zo'n vijftig jaar geleden was er nog wel een katholieke elite (bisschoppen, bankiers, politici etc) en was er een protestante elite die deel uitmaakten van de bredere machtselite. In sommige landen is dat nog wel zo.
Niet meer in ons land, in Nederland wachten bestuurders niet in spanning af wat een hoge katholiek of protestant leider (wat dat dan ook is) van een politiek-maatschappelijk thema vindt; laat staan wat een 'top-boeddhist' (let op de aanhalingstekens) daarvan vindt. In Thailand, Burma, Sri Lanka en (misschien in het verleden) Tibet wel.

David Loy kan wel graag willen dat het anders is, (zie Diana Vernooij in BD ), maar maatschappijkritiek hebben is toch nog aan de kant staan, toeschouwerssolidariteit wordt dat wel genoemd. Meer zie ik in Nederland niet gebeuren (en dat geeft niet, want zoveel vertrouwen in het vernuft en democratische vermogen van mijn boeddhistische Nederlandse medemens heb ik niet; een boeddhistische politieke partij is dan ook niet gewenst).

========================================================================

De diverse betekenissen van 'boeddhistische elite'

De vraag is natuurlijk: moeten we dat willen? Het politiek en spiritueel correcte antwoord is: nee. Maar wat doen we dan met degenen die dat toch willen?
Boeddhistische 'leiders' zoals Jean Karel Hylkema en Varamitra hebben in het verleden diverse pogingen ondernomen om een boeddhistische zuil op te tuigen met bv eigen omroep, eigen school, eigen instituut voor geestelijk verzorgers etc. En het kenmerk van een zuil in Nederland is nu juist dat deze een top, een elite dus, heeft die overlegt met de elites van andere zuilen. Dat deze verzuiling achterhaald is, is helaas wat langzaam tot deze ex-bestuurders doorgedrongen.

Er is ook nog een andere verschijnsel die beetje in de richting gaat van elite-denken: 'de boeddhistische leider '. De VU probeert de studenten postdoctorale ambtsopleiding boeddhistisch chaplain dat ook bij te brengen; volgens mij is dit geen goede route, als er al een route voor deze kwadratuur van de cirkel (boeddhistisch leiderschap) is.
Een aspect daarvan: het zijn van 'Bekende Boeddhist', zoals er de Bekende Nederlander is. Degene die steeds weer in de media opduikt, gevraagd wordt zijn of haar mening te geven 'als boeddhist' over een verschijnsel of nieuwtje. Daar zijn er niet zoveel van; Varamitra lijkt het een tijdje te zijn geweest (vaste rubriek in Trouw etc), maar dat is voorbij; Han de Wit wordt nogal eens opgetrommeld, of die andere aardige jongens zoals ik ze laatste noemde (zie m'n blog van 15 juni )
Of een BUN-voorzitter die, met nadruk op persoonlijke titel, met een minister mag praten.
Nog een ander aspect hiervan: 'de deskundige', de boeddholoog bv of deskundige van een boeddhistisch land, bijvoorbeeld Tibet.
Tenslotte: opinie beïnvloeder ('opinion leader' is wat ouderwets woord), in sociale media bv.

Een andere term die in de literatuur over het boeddhisme ook voorkomt, is elitisme, een attitude van superioriteit.
Eén van de boeddhistische tradities die het sterkst het kenmerk 'elitistisch' krijgt, is Nichiren. Andere tradities worden door hen (in sommige geschriften) ronduit inferieur genoemd, niet alleen Theravada aka hinayana, maar ook Zen. Het zal duidelijk zijn dat ik daar niets van moet hebben (en niet begrijp dat de BUN dat niet is nagegaan toen ze Soka Gakkai als lid accepteerden).

========================================================================

Het omgekeerde elite-begrip

Getrouw aan mijn Theravada-wortels ben ik natuurlijk nagegaan wat over het elite-verschijnsel in het vroege boeddhisme (de Pali Canon) geschreven is. Twee lijnen:
1.  De Boeddha en de machtselite van zijn tijd

Uit The Sociology of Early Buddhism door Greg Bailey & Ian Mabbett; pag. 47/48
"It is necessary tot say something about the meaning of the word 'elite' in the context of early Buddhist literature. Most of the secondary literature dealing with ancient Indan society uses notions of an 'elite' or 'elite status' implicitly, without defining in any precise sense what is meant by either term. Gokhale, in a much cited article, defines the the Buddhist elite using two criteria:
'In the first instance the person's intellectual attainments and/or organizational skills would be the most obvious qualifications for his inclusion among the elite. Such is the case with Sariputta and Moggallana, Ananda … The other is the attribution of an elite status to the person either by the Buddha himself or some of his eminent disciples or the redactors of the Pali Canon who thought it fit tot include information on them or their utterances in parts of the Pali Canon.'

(B.G. Gokhale, 'The early Buddhist elite', Journal of Indian History 42, p. 392 )
This is sarcely adequate as an evaluation of elite status as it includes only the sangha. This in itself makes it too narrow to enompass elite gropups in the wider society.  …
The social categories pertaining to the religious, political and economic spheres, even if they overlap constantly, strike us continually when reading the early Buddhist texts. Reflections on the interactions between representatives of the groups defined within these categories and monks form a large part of the content of this book. Statistical analysis of the vanna ranking status of all the named individuals, populating the Sutta and Vinaya Pitakas … suggest that the Buddha interacts mostly with members of three particular groups: brahmins, prominent politicans (i.e., kings) and the wealthy. We cannot be certain how much he interacted with other groups, even though the lower raking groups would have formed the majority of the society. Here too, once more, the texts are limiting in their focus on the Buddha himself, who originally anme from a noble background.


2.  De ware Brahmaan zoals de Boeddha die beschreef

De historische Boeddha ging dus veel met de elite van zijn tij om: met koningen, rijken en Brahmanen. Hij bekritiseerde hen tegelijk wel, hoewel hij met koningen voorzichtig omging en graag giften van rijken ontving. (Vergelijk bv passages uit Batchelor's 'Confession of a Buddhist Atheist')
Veel Sutta-teksten hebben als boodschap: de ware Brahmaan is niet degene die de rituelen precies juist uitvoert en uit de juiste familie/kaste afkomstig is; nee, de ware Brahmaan is degene die alles heeft weten los te laten. Bijvoorbeeld heel hfst 26 van de Dhammapada (Brāhmaṇavagga) heeft die strekking:
396
Ik noem niet iemand een Brahmaan
Door geboorte of afkomst uit een moeder.
Hij wordt een hooghartig man genoemd,
Indien hij nog iets in bezit heeft.
Maar wie niets heeft, en nergens aan hecht:
Hem verklaar ik een Brahmaan.


We zijn nu wel ver van het Sociaal Cultureel Rapport afgedwaald, maar kunnen dit toch sociologisch plaatsen. Dan gaat het over 'religieuze virtuosi ' zoals de beroemde socioloog Max Weber sommige beoefenaren van een religie heeft genoemd:
" Introduced in the work of Max Weber, the concept of the religious virtuoso is that of someone who strives for perfection within an existing religious tradition. The virtuoso strives to fulfill to the utmost the demands of his or her religion.
Strictly speaking, virtuoso religiosity is the polar opposite of charismatic religiosity, in that the charismatic introduces a "new thing" or a distinctive "gift," while the virtuoso is set on a course toward embodying the received traditions of a faith community.
In practice, the virtuoso may at times go to such extremes that she or he unwittingly becomes a charismatic leader, particularly if the constituted authorities of his or her tradition reject the virtuoso's claims to legitimacy."
     
Bron: Weber
De ware Brahmaan van de Boeddha is de virtuoso van Max Weber, ook degene van wat nederiger afkomst.
Het is niet persé de boeddhistische leraar, laat staan de boeddhistische leider, die de meest uitgesproken virtuoso hoeft te zijn; misschien is de functie leraar of leider juist wel een belemmering daarvoor.

========================================================================

Zelf elitair zijn: de middenweg

De Dalai Lama zegt vaak van zichzelf I'm just a simple monk. Iets te vaak, zodat het een gimmick is geworden, niet langer meer een uitspraak die een glimlach oproept. Want hij is dat niet, hij is een 'geshe' (Tibetaans boeddhistisch geleerde) en spiritueel leider.
Ook in andere boeddhistische tradities, bv bij het Zuivere Land, staat het goed, jezelf een 'sukkel' te noemen. Mooi als het gemeend is, maar ik proef nogal eens valse bescheidenheid en spirituele correctheid in deze zelfomschrijving.

Meer algemeen is het ongebruikelijk jezelf als behorend bij de boeddhistische elite te typeren, of van welke elite dan ook.
Dit past trouwens ook wel goed bij de instelling van de (echte) Nederlandse machtelite zoals die in hfst 7 van SCR2014 beschreven is: ontkennen of relativeren er deel van uit te maken en benadrukken in zijn eentje nauwelijks iets te kunnen bewerkstelligen.

Toegevend dat ik bepaald niet volledig ontwaakt ben en niet altijd 'zuiver spreek', wil ik toch wel stellen tot de kleine Nederlandse boeddhistische elite te behoren. Ik weet er het een en ander van (veel gelezen), ben een klein beetje een virtuoso (behoorlijk veel gemediteerd) en ben een beetje (in dit kleine wereldje) met mijn blog een opinion leader met enige nuisance value
(met excuses voor het vele Engels in deze tekst).

Ik kies de middenweg tussen superieur voelend elitisme en valse bescheidenheid ergens de positie: ik behoor toch wel minstens een beetje tot de Nederlandse boeddhistische elite.
Maar veel heb ik daar niet aan.


========================================================================

BIJLAGE

DE EENZAME ELITE
       door     Joep de Hart

Samenvatting van hoofdstuk 7 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014
Geciteerd uit NieuwWij 14 dec

Samen met Pepijn van Houwelingen schreef ik een hoofdstuk over de Nederlandse elite voor het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 , dat dinsdag 9 december j.l. verscheen. Het begrip elite verwijst doorgaans naar een groep die op een gebied domineert of excelleert en over naar verhouding veel invloed of macht beschikt. In ons hoofdstuk hebben we ons geconcentreerd op wat de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills ooit heeft aangeduid als The power elite (1956). Dat wil zeggen: de mensen die aan de touwtjes trekken in de politiek, het bestuur en de economie, omdat ze belangrijke institutionele posities bekleden. Het gaat om mensen met topfuncties in het openbaar bestuur en captains of industry. Dat sluit aan bij de opvatting van de bevolking, zoals blijkt uit een enquête die speciaal voor dit SCR is gehouden onder de Nederlandse bevolking. Bij ‘elite’ denken Nederlanders vooral aan de economische, de politiek-bestuurlijke en de wetenschappelijke top, en daarnaast aan de adel. Topsporters bijvoorbeeld, of toonaangevende mensen in de sfeer van cultuur en de media, rekenen ze er doorgaans niet toe. Hoe men verder ook over de elite denkt, haar rol wordt niet onderschat. Van de Nederlanders die vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat (65%), vindt 85% dat de elite daarvoor verantwoordelijk is. Anderzijds schrijft ook driekwart van hen die juist optimistisch zijn over Nederland (35%) de vooruitgang aan de elite toe.

De politiek-bestuurlijke en economisch elite telt naar verhouding veel autochtone mannen van 50 jaar of ouder met een academische opleiding die vooral woonachtig zijn in de Randstad (en dan vooral de vier grote steden, Wassenaar, Aerdenhout en het Gooi). Voor een hoge politiek-bestuurlijke functie komt daar bij dat je doorgaans lid moet zijn van een politieke partij die bestuursverantwoordelijkheid heeft gedragen; bij de economische elite is de adel duidelijk oververtegenwoordigd. Dit alles zal niet als een verrassing komen. Toch is het bepaald niet zo dat maatschappelijke veranderingen aan de elite voorbij gaan.
Deel uitmaken van een traditioneel old boys netwerk bijvoorbeeld, helpt als je tot de economische elite wilt doordringen, maar dat netwerk lijkt wel aan het verzwakken te zijn. Onder andere doordat er steeds vaker via headhunters wordt gezocht naar externe en buitenlandse kandidaten en doordat het aandeel vrouwen in raden van commissarissen en raden van bestuur groeit (het gaat daarbij trouwens in de helft van de gevallen om nieuwe topvrouwen uit het buitenland). Ook de invloed van studentendisputen neemt af: ze zijn minder elitair geworden (hbo’ers en vrouwen treden eveneens toe) en in de nieuwe sectoren van de economie – zoals internetbedrijven – doen die disputen er nauwelijks toe. De elite vertoont tekenen van meer openheid, ze is meritocratischer geworden – dat vinden althans de door ons geïnterviewde experts. Langdurig disfunctioneren is volgens hen moeilijker geworden. De media spelen daar zeker een rol in; de pers zit tegenwoordig veel dichter op de elite. Vergelijk bijvoorbeeld de wijze waarop PowNed politici ondervraagt met de wijze waarop dat ten tijde van bijvoorbeeld Joseph Luns gebeurde. En vergeet de invloed van de social media niet: berichten van schandalen verspreiden zich veel sneller en breder dan vroeger onder de bevolking. Van hun kant zijn ook de burgers kritischer en assertiever geworden.
Tot op zekere hoogte maken deze dingen deel uit van een bredere ontwikkeling die je informalisering zou kunnen noemen. De omgangsvormen zijn veranderd, ze zijn veel minder hiërarchisch geworden. Tegenwoordig moet een politicus ‘benaderbaar’ zijn; eigenlijk moet het iemand zijn waarmee je wel eens een avondje bij zou willen praten. Maar die trend naar informelere omgangsvormen zie je niet alleen in de politiek. Kinderen tutoyeren hun ouders, een onderwijzer heet meester Kees, je baas is vooral een aanstuurder van je activiteiten en in de kerk is de dominee meer een organisator en manusje van alles geworden dan een man die spreekt met het onfeilbare gezag van de Bijbel.

De boze burger
Aan ons hoofdstuk gaven als titel mee: De eenzame elite. Dat is een knipoog naar ‘de eenzame massa’ waarover David Riesman in 1950 schreef, maar we willen er ook mee uitdrukken dat er tekenen zijn dat de elite – in elk geval in de beleving van veel Nederlanders – het contact met de gewone bevolking steeds meer lijkt te zijn kwijt geraakt. In zijn studie richtte Riesman zich destijds op de bakens die gewone burgers hanteren als ze hun koers in het leven uitstippelen: eerst was dat vanuit de macht der gewoonte en de traditie, vervolgens vanuit het innerlijke kompas dat ze in hun opvoeding hadden meegekregen, tenslotte vanuit hun omgeving en wat daar in tel is. Het zelfbeeld van moderne Amerikanen werd volgens Riesman steeds meer bepaald door hoe anderen leefden en dachten. Valt iets dergelijks ook voor de Nederlandse elite waar te nemen?
Het vertrouwen onder de bevolking in de Nederlandse machtselite is gering. Vooral de politiek-bestuurlijke elite is het mikpunt van onvrede. Uit onze kwalitatieve gegevens blijkt dat veel Nederlanders het woord ‘elite’ associëren met arrogantie, bekaktheid, verwaandheid. Er vallen kwalificaties als ‘egoïstisch’, ‘graaiers’, ‘klaplopers’, ja zelfs: ‘schurken’. Meer dan de helft van de door ons ondervraagden vindt dat de elite vooral oog heeft voor haar eigen belangen; slechts 13% vindt dat de elite haar bijzondere positie zelf eerlijk heeft verdiend. Meer dan vier op de tien Nederlanders vindt dat het verschil tussen de elite en de bevolking de laatste jaren is gegroeid. Onze gegevens geven geen uitsluitsel over de vraag of dat laatste ook werkelijk het geval is; mogelijk valt de kloof, die al langer aanwezig was, tegenwoordig meer op. Maar hoe dan ook: in de beleving van een fors deel van de bevolking is de kloof in elk geval wel verbreed. De genoemde opvattingen leven bij bijna alle bevolkingsgroepen (zij het wat minder scherp onder hoogopgeleiden, hoge inkomens en vrouwen).
Kortom: de machtselite worstelt met een legitimiteitprobleem. Zij is duidelijk in het defensief. Volgens de door ons geinterviewde experts hebben ze dat voor een deel ook over zichzelf afgeroepen. Zij verwijzen dan naar onder andere de zelfverrijking in de private en publieke sector, schandalen bij banken en woningcorporaties, gebrek aan verantwoordelijkheidszin voor het algemeen belang, het breken van politieke beloften. ‘We hebben de plank op allerlei fronten reusachtig misgeslagen’, zegt oud-Rabobank-topman en voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels in het onderzoek. Hij noemt de 1000 euro die de VVD iedereen in de laatste campagne beloofde, ‘belazerij van het allerslechtste soort’, en een vorm van ‘zedenverwildering’. Volgens Hans Clevers, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), leggen wetenschappers het af tegen ‘een bestuurslaag van generalisten’. ‘Spinozawetenschappers worden nooit geraadpleegd in Den Haag.’ De besluitvorming in Nederland is volgens Clevers stroperig en behoudend geworden. ‘Alles middelt uit in Nederland. Grote beslissingen worden niet meer en in ieder geval niet snel genomen.’ CDA-senator en oud-minister Elco Brinkman merkt op dat mensen zich niet meer willen verdiepen in de argumenten van de elite.  ‘Ik moet nu veel meer uitleggen dan twintig jaar geleden.’ Het falen van de elite is maar één kant van de medaille. Wat ook meespeelt is dat de burgers mondiger en veeleisender zijn geworden, de media kritischer. Gezag spreekt veel minder vanzelfsprekend dan vroeger en is ook veel minder automatisch gegeven met iemands maatschappelijke positie.

Plus ça change?
Trappen we hier de tijdsgeest op zijn staart of hebben we met iets te maken dat helemaal niet nieuw is? Dat hebben we niet uitgezocht. De gegevens die we hebben verzameld bieden een momentopname, via een eenmalige enquête. Als je kijkt naar de literatuur en historische bronnen, dan gaat het bij de elite in elk geval om een universeel verschijnsel. Elites hebben er altijd bestaan – van de dagen van het oude Athene en Rome tot het hedendaagse Den Haag. Elke samenleving kent nu eenmaal mensen die er bovenuit steken – qua talent, qua rijkdom, qua macht. Een feest als Carnaval of figuren als de hofnar of de cabaretier spelen met dit gegeven: de machtigen worden voor even op hun nummer gezet, even worden de rollen omgekeerd. Tot zover niets nieuws. Wat wel erg van deze tijd lijkt is de zure toon waarmee er massaal over de elite wordt gesproken. Om niet te zeggen: de regelrechte verbittering, de boosheid. Vooral de politieke en de bestuurlijke elite is daarvan het mikpunt.
Waar komt die afkeer, waar komt die kloof vandaan? Het lijkt te gaan om een samenspel van ontwikkelingen. Daartoe behoren onder andere de volgende. Om te beginnen de ontzuiling en ook wat vaak wordt aangeduid als individualisering: veel traditionele verbanden die ons vroeger in het gareel hielden zijn weggevallen. Een van de gevolgen daarvan is ook geweest dat de elites niet meer op een vanzelfsprekende manier vanuit dezelfde waarden en normen als hun achterban handelen (zoals in de tijd van de verzuiling doorgaans nog wel het geval was). Individualisering betekent dat burgers het vandaag de dag veel meer zelf moeten uitzoeken en dat doen ze dan ook. Minder dan ooit accepteren ze op een vanzelfsprekende wijze wat hen door de elite wordt voorgehouden of houden ze hun mond als de elite aan het woord is. Daarnaast is er de ontwikkeling in de richting van een ‘diplomademocratie’ of ‘meritocratie’. Dat jij iets in je mars hebt, moet nog maar blijken: waar is je getuigschrift, wat zijn je prestaties, hoe ziet jouw staat van dienst er precies uit? Verder leven wij meer dan ooit in een tijd met internationale netwerken en informatiestromen. Wat betekent dat de elite vaak zijn lokale en nationale wortels heeft verloren. In menig opzicht heeft zij zich te conformeren aan wat er vanuit het buitenland op ons afkomt. Ook niet onderschat mag worden dat de media zich anders zijn gaan opstellen, veel minder dan vroeger als een doorgeefluik van de visie van de elite. Zeker de sociale media spelen daarin een rol. Internet is veel meer van onderop georganiseerd dan de traditionele nieuwsrubrieken. Zo zijn er nog wel een paar verklaringen te verzinnen. In de media heeft het onderwerp de afgelopen jaren snel aan populariteit gewonnen, maar empirisch onderzoek naar de elite(s) is dun gezaaid in ons land. Hopelijk komt daar snel verandering in.

Geen opmerkingen: